VAN HET CAO-FRONT

GOED RESULTAAT BIJ WOONDIENSTEN

Geen voortgang in houtsectoren

Tekst Peter van der Aa Beeld Martin de Bouter

CAO VOOR CORPORATIES WORDT STUK INCLUSIEVER

Goed en slecht nieuws van het cao-front. FNV Bouwen & Wonen wist een mooi onderhandelingsresultaat te bereiken voor de cao Woondiensten. Maar in de meubel- en houtsector zit er, uitgezonderd de timmerfabrieken, weinig tot geen beweging in.

Na een lastig onderhandelingsproces, ook nog eens gehinderd door de coronamaatregelen (zie ook de column van eerste onderhandelaar Janneke Waage) rolde er een goed onderhandelingsresultaat uit de besprekingen over een nieuwe cao Woondiensten. Als de leden daarmee instemmen, gaat de nieuwe, eenjarige cao met terugwerkende kracht in per 1 januari 2021. Op 1 juli krijgen de 25 duizend medewerkers een loonsverhoging van 2,25 procent. Daarnaast krijgen zij op 1 april een eenmalige uitkering van 550 euro bruto. Verder wordt de vergoeding voor bereikbaarheidsdienst verhoogd, wordt 5 mei eens per vijf jaar een vrije dag en komt er een campagne om de werkdruk in de sector te verlagen.

ROZE CHECKLIST

Bijzonder is dat de cao een stuk inclusiever wordt. De definities van werknemer en partner worden aangepast en afspraken over ouderschapsverlof en kraamverlof worden ook van toepassing verklaard op meer-oudergezinnen. Dat betekent dat een corporatiemedewerker ook kraam- en ouderschapsverlof kan opnemen als het gaat om een kind waarvan hij of zij niet de biologische vader of moeder is. Bestuurder Janneke Waage van FNV Bouwen & Wonen is trots op die aanpassing: ‘We hebben de cao getoetst aan de checklist van FNV Roze en op basis daarvan voorstellen gedaan. Die zijn allemaal overgenomen.’ Waage is ook te spreken over het onderhandelingsresultaat als geheel, al heeft de bond niet op alle punten zijn zin gekregen.

MEUBEL- EN HOUTSECTOR

Hoe anders gaat het in de meubel- en houtsector. Daar is weinig voortgang te bespeuren. Voor de timmerindustrie is wel een nieuwe cao afgesloten. Er komt een zwaarwerkregeling en er zijn twee loonsverhogingen afgesproken: op 1 januari 2021 1,5 procent en per 1 juli een bedrag van 37,50 euro op het maandloon. Ook over de flexregeling en het jeugdloon zijn aanvullende afspraken gemaakt. Ondanks lang onderhandelen is het in de houthandel, houtverwerkende industrie, meubelindustrie en interieurbouw niet gelukt om tot een bevredigend resultaat te komen.

ONDER DE MAAT

In de houthandel zien de werkgevers geen ruimte voor een structurele loonsverhoging. Ze schetsen het beeld van stijgende inkoopprijzen en klanten die failliet kunnen gaan. De bond overlegt met de leden welke actie nu wordt ondernomen. Ook in de houtverwerkende industrie komen de werkgevers onvoldoende over de brug. De cao is al bijna een jaar afgelopen en er is geen uitzicht op een nieuwe. In de meubelindustrie en interieurbouw is het verhaal al niet veel anders. Het eindbod van de werkgevers voor een loonsverbetering was ver onder de maat en is dan ook door de leden van de bond afgewezen. Op de cao, die al op 1 januari 2020 had moeten ingaan, is het dus nog altijd wachten. Bond en werknemers zijn boos en beraden zich op vervolgstappen.

TIMMER HEEFT NIEUWE CAO, ANDERE HOUTSECTOREN BLIJVEN ACHTER

Deel deze pagina