WERK AAN DE WERELD

CORONA DEELT HARDE KLAPPEN UIT

Goed vakbondswerk moet je leren. Mondiaal FNV steunt trainingen van collega’s elders in de wereld in alle soorten en maten. Ook in Nederland worden kaderleden opgeleid.

Tekst Astrid van Unen Beeld Ilvy Njiokiktjien (Nederland), Erez Wagner (Israël), Compass Media (Oeganda), Mehmet Ülger (India)


ISRAËL

‘WE ZIJN ALLEMAAL MENSEN’

Op de wereldwijde coronakaart van de NOS-site kleurt Israël net zo rood als Nederland. Ook hier zijn forse maatregelen genomen om het virus in te dammen. Grootste slachtoffers zijn werkzoekende Arabische vrouwen, maar ook Palestijnse werknemers die heen en weer pendelden. De vakbond WACMAAN, met wie Mondiaal FNV samenwerkt, doet wat hij kan. ‘Het coronavirus herinnert ons eraan dat we allemaal mensen zijn, kwetsbaar, en dat we moeten samenwerken’, zegt Assaf Adiv, uitvoerend directeur van WAC-MAAN.

Dit betekent een ware circusact voor de medewerkers van de vakbond. Want een fysiek loket is er niet, dus veel moet per telefoon en via sociale media. De werkzoekende Arabische vrouwen krijgen hulp bij het aanvragen van een uitkering. Het vinden van werk is voorlopig uitgesloten. WAC-MAAN communiceert met hen via Facebook en Whatsapp, en handelt per dag zo’n zestig telefoontjes af. Veel pendelende Palestijnen hebben hun werk in Israël verloren, omdat de grensovergangen dicht zijn. En ze hebben geen recht op een uitkering, omdat ze geen inwoner van dit land zijn.

‘We zijn bezig met oplossingen’, vertelt Adiv via Skype. ‘Op 30 maart hebben we samen met ngo’s een verzoekschrift bij het hooggerechtshof ingediend met de eis deze werknemers te compenseren. Daar is geld voor, en we willen dat de ministeries van Financiën en Binnenlandse Zaken gaan uitkeren.’

Verder probeert de vakbond de Israëlische regering zover te krijgen dat ze Palestijnse werknemers toestaan op hun grondgebied te blijven, overnachtend in of nabij het bedrijf. ‘De fabriek GreenNet bijvoorbeeld, die al het afval uit Jeruzalem recyclet, draait voor 95 procent op Palestijnse werknemers. Natuurlijk kan de eigenaar deze fabriek niet on hold zetten. De werknemers hebben hun loon hard nodig. Sommigen zijn echt wanhopig.’


OEGANDA

‘WE ZIJN VASTBESLOTEN OM TE VECHTEN’

‘We zijn sterk, vastbesloten om te vechten, we zullen overwinnen’, schrijft de strijdbare jonge vakbondsleider Janepher Nassali van de bloemenbond UHISPAWU. Op het moment van het interview telt Oeganda nog geen slachtoffers van Covid-19. Maar de lijst met restricties is eindeloos. ‘Veel particuliere bedrijven hebben hun deuren gesloten, waardoor tienduizenden werknemers werkloos zijn geworden’, vertelt Nassali. ‘De regering vergoedt niemand omdat het niet hun schuld is dat we ons in deze` situatie bevinden.’

Wel is er voedselhulp voor de informeel werkenden en voor de werknemers die niet naar hun bedrijf kunnen. Voor de ruim achtduizend arbeiders op de bloemenplantages is geen compensatie. De boerderijen zijn open, maar bijna vijfduizend werknemers kunnen niet reizen en zitten daardoor opgesloten in hun huizen, zonder enig inkomen. De bloemensector is lokaal, regionaal en wereldwijd hard getroffen sinds de wereld is afgesloten, concludeert Nassali. Er zijn geen feesten, geen bruiloften, geen bezoeken aan geliefden, maar slechts kleine begrafenissen voor degenen die sterven als gevolg van het virus. ‘Terwijl dit de gelegenheden zijn waarbij bloemen worden gekocht.’

Nassali schreef in maart een brief aan alle bloemkwekerijen met het verzoek te zorgen voor preventieve maatregelen. Ook stelde ze alternatieve maatregelen voor: verlaging van de lonen om ontslagen te voorkomen, wisselende werkdagen om niet te veel werknemers tegelijk te laten werken, water en zeep beschikbaar stellen, evenals gezichtsmaskers, en het inzetten van inspecteurs voor handhaving van de veiligheidsmaatregelen. Werkgevers laten zo’n 3450 werknemers op hun boerderijen slapen, omdat er een totaal verbod is op gezamenlijk reizen.

‘UHISPAWU probeert de werknemers nu te ondersteunen met voedsel en contant geld, vooral degenen die in hun huizen zitten’, schrijft Nassali. ‘Ook zorgen we ervoor dat werknemers op hun telefoon internet houden, zodat ze toegang hebben tot informatie.’ En ze besluit: ‘Zo kunnen we samen overwinnen als menselijk ras.’


NEDERLAND

‘IN ÉÉN KLAP INVESTERING WEG’

Op de vroege ochtend rijdt ze terug naar Utrecht, nadat ze in het hoge noorden foto’s van ziekenhuispersoneel en -bezoekers heeft gemaakt, van wie de temperatuur wordt gemeten. Fotojournalist en NVJ/ NVF-lid Ilvy Njiokiktjien werkt tegenwoordig weer voor NRC, het Financieele Dagblad en The New York Times. Op het eerste oog geen straf. Welke fotograaf wil niet voor deze dagbladen werken? Maar Njiokiktjien is gewend in het buitenland te werken aan langdurige projecten. En zou uitgerekend nu gaan oogsten van een dure investering in een fotoserie in Zuid-Afrika.

‘Aan het project Born Free, een fotoserie over kinderen en jongeren in Zuid-Afrika, heb ik de afgelopen twee jaar fulltime gewerkt. Nu is de tijd van exposities, lezingen en workshops aangebroken, waarbij ik ook mijn fotoboeken zou kunnen verkopen. Niet alleen in Nederland, ook elders in de wereld. Maar alles is in één keer stil komen te liggen.’ Als lid van de NVJ/NVF heeft ze gehoor gegeven aan de oproep haar verloren inkomsten bij het Meldpunt Corona Annuleringen door te geven. ‘Het verlies loopt in de tienduizenden euro’s, financieel dus echt een strop.’ De kranten bezorgen haar nu gelukkig weer werk. ‘2020 wordt voor mij het jaar van de reportages over corona.

De NVJ heeft een pagina met veelgestelde vragen voor freelancers gemaakt. Daarin wordt onder meer ingezoomd op de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). De journalistenbond heeft zich hard gemaakt om de speciale regelingen voor zzp’ers ook toegankelijk te maken voor (foto)journalisten. ‘Daar wil ik zeker gebruik van maken’, zegt Njiokiktjien. ‘Want ik heb weliswaar nieuwsopdrachten, maar die staan in geen verhouding tot wat ik normaal zou verdienen. Heel fijn dat de NVJ dit mogelijk maakt.’


INDIA

‘MET VIJFTIEN IN EEN KLEINE KAMER’

De chaos in India was groot toen premier Modi begin april plotseling de lockdown afkondigde. Binnenlandse migranten zochten en masse hun weg naar huis, wat velen niet meer lukte. Het enorme leger aan informeel werkenden zat in één klap zonder inkomsten. De Indiase vrouwenvakbond SEWA, goed voor 1,6 miljoen leden, draait sindsdien overuren om her en der het leed te verzachten.

‘Er heerst een dubbele epidemie’, vat SEWA-voorzitter Jyoti Macwan de crisis samen. ‘Niet alleen op het gebied van de gezondheid, maar ook van het bestaan. Werknemers in de informele sector zijn het zwaarst getroffen door deze crisis. Doordat ze niet op markten kunnen verkopen, doordat de toegang tot vuilnisbelten is gesloten of ze hun taak als huishoudelijke hulp niet kunnen uitoefenen, verdampt hun inkomen.’

In de beginperiode waren de leden niet goed geïnformeerd over de ziekte, vertelt Macwan. ‘We hebben gewerkt aan het creëren van bewustzijn, de te nemen voorzorgsmaatregelen, het belang van het volgen van de nieuwe regels en de sociale afstand. Veel van onze leden wonen met maar liefst acht tot tien familieleden, en in sommige gevallen zelfs met vijftien in een kleine kamer en keuken.

Dit maakt het voor hen erg moeilijk, want iedereen is de hele dag in huis. We horen ook over wrijving en geweld binnen de families.’ De vrouwenvakbond richt zich nu op bescherming van de gezondheid, herstel van levensonderhoud en uitbreiding van het sociale vangnet. Eerste speerpunt is de distributie van voedsel, want de leden beschikken vaak niet over rantsoenkaarten. Kinderen die rond hun kinderopvangcentra wonen, krijgen elke dag een gratis maaltijd.

Verder richt SEWA zich op gezondheidskits. ‘Sociale afstand is moeilijk in die drukke kleine huizen’, zegt Macwan. ‘We delen daarom uitwasbare stoffen maskers onder huishoudens uit, evenals hand-desinfecterend middel en zeep.’ En ten slotte pleit SEWA voor sociale uitkeringen, om de economische druk te verlichten. ‘Er heerst veel angst en onzekerheid onder de leden dat ze het in de huidige situatie zonder levensonderhoud en inkomen niet overleven. Daarom heeft het opnemen van arme werknemers in het socialezekerheidsstelsel in deze veranderende tijden hoge prioriteit.’