COLUMN

DE TAART EERLIJK VERDELEN IN MEUBEL EN HOUT

Osman Yildiz (Rotterdam, 1975) kwam in 1999 bij FNV Bouwen & Wonen in dienst als vakbondsconsulent. Later werd hij aspirant-regiobestuurder en sectorbestuurder Bouw. Sinds enige tijd is hij bestuurder voor de sector Meubel en Hout.

Als we het hebben over de impact van Covid-19 op de economie, denken we aan de reisbranche en de supermarkten als twee tegenpolen wat betreft bedrijfsactiviteiten. Maar de pandemie laat zijn sporen achter op veel meer bedrijfstakken.

Een daarvan is de Meubel en Hout. Dat is een bedrijfstak van uitersten als je kijkt naar de invloed van corona. Je hebt branches die - net als de supermarkten - een topjaar hebben gedraaid, zoals de groothandel voor bouwmaterialen. Maar je hebt ook - net als de reisbureaus - een branche die stil is komen te liggen: de tentoonstellingsbouw die afhankelijk is van grote evenementen.

En natuurlijk zijn er ook uitersten binnen een branche zelf. Als je kijkt naar de houtverwerkende industrie, zie je bedrijven die toeleverancier zijn voor de bouw en extreem goed zijn blijven draaien. De bedrijven die leveren aan de tentoonstellingsbouw zoeken nu andere producten om te verwerken. Het product bepaalt de positie in deze tijd waarin Covid-19 een belangrijk rol speelt.

ALTIJD EEN LAAG LOONBOD

Dit zien we ook terug in het cao-overleg. Voor alle onderhandelingen geldt dat de werkgevers de toekomst somber inzien. De onderbouwing voor deze somberte blijft een raadsel. Als een bedrijfstak geen activiteiten meer heeft, willen ze slechts een laag of helemaal géén loonbod doen. Maar als ze een topjaar draaien doen ze ook een laag loonbod vanwege de vermeende slechte toekomstverwachtingen. Als je een piek in bedrijfsresultaten ziet, dan telt voor werkgevers alleen het dal wat er mogelijk aankomt. De toekomst kan dan blijkbaar alleen maar slechter uitpakken. Slechter dan nu wel te verstaan. Maar niet slechter dan in de pre-corona-periode. De toekomst is onzeker, ook als het nu economisch geweldig gaat.

Wat is eigenlijk een goede graadmeter om te zien of branches wel of niet geraakt zijn door Covid? Wij kijken naar het aantal aanvragen voor de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Als er binnen een bedrijfstak veel aanvragen zijn voor de NOW, dan is dit een duidelijk signaal. Dit is niet de enige graadmeter, maar wel een belangrijke. De belangrijkste graadmeter blijven onze leden. Als onze leden aangeven dat het werk niet aan te poten is, is dat voor ons een ander signaal dan als er een reorganisatie gaande is.

Gelukkig hebben onze leden in de gaten wat de situatie is voor hun bedrijfstak. Zo hebben we voor de cao Chep Benelux één keer een stevige actie gevoerd, wat werd beloond met een hoger loonbod. Daar is nooit te weinig werk geweest, dus is er ook geen reden om een laag loonbod te accepteren. Maar in een andere bedrijfstak, de houtverwerkende industrie, hebben onze leden het lage loonbod van de werkgevers geaccepteerd, omdat ze geen oplossing zagen in actie voeren in het coronatijdperk.

EERLIJKE VERDELING

Al met al heeft de pandemie binnen de meubel en hout haar sporen achtergelaten, via een omzetstijging dan wel een omzetdaling. Maar een les die we hebben geleerd is dat werknemers de gevolgen alleen merken als de omzet daalt en helaas niet als die stijgt. Daarom staan wij voor een eerlijke verdeling van de taart. Als de taart groter is willen we voor de werknemers een grotere punt hebben. Klinkt logisch, maar helaas niet in de oren van de werkgevers.

Osman Yildiz

Deel deze pagina