TWEE GENERATIES

‘ZINGEN HOORT BIJ JE ZOALS ADEMHALEN’

Tekst Kees Bals Beeld Jeroen Dietz

‘IEDEREEN HEEFT EEN STEM, IEDEREEN KAN ZINGEN'

Iedereen kan zingen. Nee, voor koordirigenten Annemiek van der Ven en Jos Vermunt gaat het verder: iedereen wil zingen. Het mooie van een koor is dat je het daar samen kunt doen. Nog mooier: je kunt even los van de aarde komen.

‘Jos’, vraagt Annemiek van der Ven, ‘weet je nog dat je in de introductieweek van het conservatorium een koorrepetitie met ons hebt gedaan, waarin je een uur lang niets hebt gezegd? Ik herinner het me heel goed.’

Jos Vermunt glimlacht slechts.

Annemiek: ‘We waren samen met mensen uit de hele wereld, kenden elkaar nog nauwelijks. We wilden met elkaar praten, om elkaar te leren kennen en jij liet ons merken wat je met gebaren kunt doen. Het was heel intrigerend.’

Jos: ‘Ik zorgde in die repetitie voor een moment van verwarring. Dat is leuk, omdat je dan een ander niveau van contact krijgt.’

Annemiek: ‘En het was heel ongemakkelijk.’

Jos: ‘Lichaamstaal, communiceren zonder woorden, is ontzettend belangrijk in ons vak. Woord en gebaar moeten wel met elkaar overeenkomen.’

Hij maakt een stopgebaar met zijn hand en zegt tegelijkertijd: ‘Stel maar een vraag.’

DWEILORKEST

Annemiek van der Ven (38) is een oud-leerling van Jos Vermunt (63). Het opmerkelijke is dat ze ondanks het generatieverschil allebei ongeveer dezelfde weg hebben afgelegd. Een muzikale jeugd, schoolmuziek studeren aan het conservatorium en tijdens hun studie ineens gegrepen door het vak van koordirigent.

Jos: ‘Ik had een enorme muzikale honger. Gregoriaans zingen in het kinderkoor, met carnaval trombone spelen in een dweilorkest, in mijn tienerjaren was ik dol op jazz en ging ik drummen, daarnaast had ik pianoles en vond dat prachtig.’ Dat hij naar het conservatorium zou gaan was duidelijk. Schoolmuziek ging van Gregoriaans tot popmuziek. ‘Dat was ik.’

In het derde jaar volgde hij het bijvak koordirectie. ‘Vanaf dag één was duidelijk dat ik dat kon en wilde.’ Het werd zijn tweede hoofdvak. Nu dirigeert hij bij vooral amateurkoren klassieke koormuziek van Bach tot nu, soms begeleid door ensemble of orkest. Daarnaast leidt hij dirigenten op, aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam.

Annemiek werd een paar keer door haar vader de weg gewezen. Hij nam haar mee naar zijn eigen koor, zette haar toen ze acht was op de Utrechtse koorschool (‘ik was een braaf kind en dus deed ik het – ik vond het geweldig’) en toen ze na de middelbare school geen idee had wat ze zou gaan doen, zei hij: ‘Schoolmuziek, is dat niet iets voor jou?’

Ze ging studeren aan het conservatorium in Den Haag en dacht bij zichzelf: ‘Ik kan een bijbaan voor drie euro per uur bij Albert Heijn gaan doen, of een koor in een gehucht dirigeren voor twintig euro per uur.’ Nu dirigeert ze onder meer het studentenkoor van de Vrije Universiteit en het mannenkoor The Gents. Sinds kort geeft ze les op het conservatorium in Amsterdam.

EEN AFWIJKING

Jos: ‘Er zijn in Nederland meer mensen die zingen dan er bij een voetbalvereniging zijn. Er zijn kinderkoren, shantykoren, popkoren. Heel veel, heel goede koren. Het fantastische van ons vak is dat iedereen een stem heeft. In principe kan iedereen zingen: ‘Lang zal ze leven’ op drie verschillende toonhoogtes, of met zijn allen in een vol voetbalstadion. Zingen hoort bij je zoals ademhalen. Mensen willen bij elkaar komen en ze willen zingen.’

Annemiek: ‘Zingen, je stem gebruiken is iets heel persoonlijks. Dat is het prachtige eraan, maar het maakt je ook kwetsbaar. Daarom moet er wederzijds vertrouwen zijn tussen koor en dirigent. In de amateurwereld heb je een democratische dirigent nodig, want iedereen moet zich veilig en gerespecteerd voelen.’

Jos: ‘De functie van dirigent is in de loop van de jaren enorm veranderd. Je hebt een bepaalde afwijking nodig om voor een groep te willen staan, maar autoritair leiderschap, dat wordt niet meer geaccepteerd. Er zijn wel eens mensen geweest die tegen me hebben gezegd dat ik eens boos moest worden, maar dat zit niet in mijn karakter, ik sta niet stampvoetend voor een koor.’

SPIRITUEEL

Jos: ‘Als dirigent ben je tegelijkertijd bezig met muziek maken en de groepsvorming van het koor. Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als er iemand als een schaap afdwaalt van de kudde, dan rennen wij er als een hond achteraan om hem of haar terug te krijgen. Je zoekt naar een balans tussen individualiteit en collectiviteit. Koorleden willen hun vrijheid hebben, maar ook deel uitmaken van het verband, zich geborgen voelen. Het ideaal is: ik voel me veilig in wie ik ben én ik ben een onderdeel van het geheel.’

Annemiek: ‘Als er een sfeer hangt dat alles mag, dan krijg je dat mensen even durven te gaan, bijvoorbeeld uit volle borst gaan zingen, ook als dat niet de bedoeling is. Dat zijn heel mooie momenten. Ik hoef niet hetzelfde schaapje te zijn als de anderen, ik mag ook een zwart schaap zijn, of een roze.’

Jos: ‘Ik wil met een koor op zoek gaan naar de kern van een muziekstuk, naar iets universeels. Wat wil de muziek zeggen? Wat is de boodschap die voor mij wat kan betekenen? Bij oudere muziek ga je de grenzen van de tijd over en omdat je het met een grote groep doet ga je over de grenzen van het individu. Als dat lukt, als je grenzen kunt opheffen, dan kun je iets spiritueels ervaren. Als het stuk jou heeft vervoerd, in een goede repetitie of in een goed concert, dan kom je buiten het nu en hier, dan treed je buiten jezelf.’

Annemarie: ‘Elk stuk heeft een bepaalde klank in zich, heeft een ‘waarheid’ in zich, die iedereen kan zien of horen. Je geeft koorleden handvatten om daarbij te komen, met zijn allen kun je dat bereiken. Vergelijk het met de energie die in een stadion loskomt als iemand heeft gescoord. Bij een concert kun je ook die energie door de zaal voelen stromen, bijvoorbeeld als het na een stuk even helemaal stil is omdat iedereen weer naar de aarde moet afdalen.’

LEGE AGENDA

Met de uitbraak van het coronavirus en de lockdown in maart hield voor Jos en Annemiek hun werk als dirigent plots op.

Jos: ‘Voor mij had het een ongelooflijke impact dat de trein die al mijn leven lang loopt ineens stil stond. Wat voor invulling geef ik aan mijn leven, nu dat wegvalt? Wat kunnen we in ons vak nog wel bijdragen aan geluk? Ik probeer na de zomer weer te gaan repeteren met mijn koren. We deden dat altijd met een doel, een eindpunt, één of meer concerten. Nu dat eindpunt er niet is, is voor mij de vraag hoe we het uitdagend, spannend houden.’

Annemiek: ‘In eerste instantie was ik verbijsterd. Mijn hele agenda van maart tot juni was leeg gegumd. Sommige collega’s gaven online repetities. Dat vond ik niets: ik wil live zingen óf niet. Zangers missen de gezelligheid van samen muziek maken. In het zwartste scenario duurt dit nog vijf jaar. Nu vind ik het leuk om te bedenken wat we nog wél kunnen doen, als we op anderhalve meter van elkaar staan. Zangers vinden het leuk om samen iets te doen, of er nou een concert komt of niet. Wat ik heb geleerd is dat voor amateurkoorzangers de essentie zit in samen iets maken en dat ik daar graag de facilitator voor wil zijn.’

'DE TREIN DIE AL MIJN LEVEN LANG LOOPT, STOND INEENS STIL'

Deel deze pagina