FANTOOMGROEI

WINST GEMAAKT? GEEF HET TERUG

Hoezo economische groei?

Tekst Els Mannaerts Beeld Jeroen Dietz

‘WE KREGEN BETERE HUIZEN, BETER VOEDSEL EN EEN AUTO ONDER ONZE KONT’

We werken harder dan vroeger, maar krijgen daar steeds minder voor terug. Dat moet anders, zeggen Sander Heijne en Hendrik Noten in hun boek ‘Fantoomgroei’. ‘De rijken worden rijker. Maar winst is geen doel op zich. Verdien je geld en geef het uit aan goed onderwijs en zorg voor iedereen.’

Het idee voor het boek ontstaat wanneer Noten (bestuurskundige) een rapport onder ogen krijgt van een aantal economen van RaboResearch. Die becijferen dat de Nederlandse economie de afgelopen vier decennia met tientallen procenten is gegroeid, terwijl de gezinsinkomens in diezelfde periode nauwelijks zijn gestegen. Een schokkende conclusie, vinden Noten en Heijne (journalist en mediaondernemer).

EERLIJKE VERDELING AFGESCHAFT

‘De economie groeit, maar de meeste mensen zien daar niets van terug in hun portemonnee. Dat noemen we fantoomgroei’, legt Heijne uit. ‘Terwijl het idee nou juist is dat we de economie willen laten groeien zodat de welvaart toeneemt.’

Noten: ‘Het economische model in ons land stamt uit de jaren van de wederopbouw, toen groei een middel was om het land weer op te bouwen. Er moesten nieuwe huizen komen, een nieuwe infrastructuur en een landbouwsector die in staat was alle monden te voeden. Daarvoor was groei van die sectoren nodig.’

‘De eerste dertig jaar na de oorlog werkte dat model ook. Werknemers profiteerden ook van de groei van de economie: we kregen betere huizen, beter voedsel en een auto onder onze kont. Maar in de jaren tachtig ging er een andere politieke wind waaien en werden veel regels rondom een eerlijke verdeling afgeschaft. Bedrijven zijn minder belasting gaan betalen, terwijl de lasten voor werknemers juist stegen.’

‘Een voorbeeld daarvan zijn de indirecte belastingen op consumptie, zoals btw en accijnzen. Aandeelhouders gaan steeds meer, en werknemers juist steeds minder, profiteren van groei. Terwijl de bedrijven alleen maar kunnen ondernemen en groeien dankzij een uitstekende infrastructuur en voorzieningen zoals kinderopvang en ouderenzorg. Alles is aanwezig om ervoor te zorgen dat de werknemers naar hun werk kunnen komen. En dat kost wat. Die rekening komt voor een groot deel op het bord van de belastingbetaler terecht.’

WINST VOOR DE WERKNEMERS

Noten: ‘Groei was een middel tot vooruitgang, maar is inmiddels een doel op zich geworden. Een zinloos doel: als een economie elk jaar met hetzelfde percentage groeit, zal de omvang ooit exploderen. Als alle bezittingen van de oude Egyptenaren in het jaar 3000 v. Chr. in een kubieke meter hadden gepast en ze waren elk jaar met 4,5 procent toegenomen, dan hadden we nu 2,5 miljard miljard (geen tikfout!) zonnestelsels nodig om de bezittingen in onder te brengen. We moeten terug naar het échte doel: vooruitgang, welzijn.’

Groei moet ten goede komen aan degenen die de groei mogelijk maken, aldus de schrijvers. ‘Werknemers moeten een groter deel van de winst terugzien in hun portemonnee en bedrijven moeten meer gaan bijdragen aan de voorzieningen waarvan ze profiteren.’

DE ZAKKEN VAN AANDEELHOUDERS

De coronacrisis is volgens Heijne en Noten een mooi moment om dit economische model van eindeloze groei eens goed onder de loep te nemen. ‘De overheid pompt nu zó veel geld in de economie, dan moet ze nú ook kijken wat waardevol is’, aldus Heijne.

‘Je hoeft niet alle bedrijven koste wat het kost overeind te houden. De mensen die nu voor KLM en Schiphol werken kun je ook prima inzetten in het onderwijs, de bouw of de zorg. Het geld dat KLM en Schiphol nu verdienen komt voor het grootste deel niet in onze maatschappij terecht, maar in de zakken van aandeelhouders en een paar bevoorrechte mensen. Goed onderwijs en goede zorg voegen waarde aan de maatschappij toe, dat is belangrijker dan groei.’

‘We moeten toe naar bedrijfsmodellen met meer eigenaarschap en meer medezeggenschap voor werknemers’, vindt Noten. ‘Coöperaties – ondernemingen die het eigendom zijn van leden en door hen bestuurd worden – doen het, zeker in tijden van crisis, aantoonbaar veel beter dan hiërarchisch ingerichte bedrijven met een kleine toplaag. Vakbewegingen hebben een belangrijke rol bij een nieuwe denkrichting. Ze moeten minder onderhandelen op de vierkante millimeter, over een paar procent loonsverhoging. Laat de vakbond inzoomen op het brede perspectief van een eerlijker samenleving: socialer, duurzamer en barmhartiger. Een samenleving waarin hard werken voor iedereen loont. Echte verandering komt van onderop. Leden van een vakbond kunnen hun gezamenlijke invloed gebruiken om te werken aan zo’n samenleving.’

‘DE MENSEN DIE VOOR KLM EN SCHIPHOL WERKEN KUN JE OOK PRIMA INZETTEN IN HET ONDERWIJS, DE BOUW OF DE ZORG’

CIJFERS

  • Sinds 1982 is het beschikbare inkomen van Nederlandse huishoudens nauwelijks gestegen. De economie groeide juist stevig: 40 procentpunt meer dan de inkomens.
  • Volgens de OECD – het samenwerkingsverband van ontwikkelde economieën – hadden de lonen in de aangesloten landen sinds halverwege de jaren negentig zo’n 13 procent hoger moeten liggen, als ze waren meegegroeid met de gestegen productiviteit.
  • Bedrijven zijn minder belasting gaan betalen: tussen 1995 en 2006 betaalden bedrijven gemiddeld 9,5 procent vennootschapsbelasting, maar dat percentage zakte in de jaren daarna naar gemiddeld 6,5 procent.

HOOFDLIJNEN

Heijne en Noten pleiten voor een andere blik op onze economie:

  • Welzijn moet het doel zijn van economische beslissingen, niet groei. Groei kan wel een middel zijn tot meer welzijn.
  • Meer oog voor waarde (goed onderwijs, goede zorg, een schoon klimaat), minder voor winst.
  • Werknemers moeten meer profiteren van de winst die zij mede mogelijk maken.
  • Meer zeggenschap en meer eigenaarschap voor werknemers, als bijdrage aan een beter bedrijfsresultaat.

Deel deze pagina